Reglementering - Evaluatiereglement
Het voorwerp van de evaluaties zijn de leerplandoelstellingen die voorkomen in de goedgekeurde leerplannen.
1. De evaluatievormen en -modaliteiten
Per vak en/of module (eenheid) bepaalt de directeur na raadpleging van de betrokken leerkrachten de vorm van de evaluatie: mondeling en/of schriftelijk, afsluitende evaluatie en/of permanente evaluatie . Van bij aanvang van de cursus kan de cursist verzoeken om de evaluatievorm van toepassing in de gekozen opleiding of module te vernemen.
In geval van overmacht kan de directeur een mondelinge evaluatie schriftelijk laten afleggen of omgekeerd.
Elke afsluitende evaluatie is de eindbeoordeling van het resultaat van de studieprestaties voor een opleidingsonderdeel of een deel van een opleidingsonderdeel door een momentopname.
Permanente evaluatie is het resultaat van de continue beoordeling van de studieprestaties voor een opleidingsonderdeel of een deel van een opleidingsonderdeel tijdens de organisatieperiode. Het betreft dus een gespreide evaluatie, op verschillende tijdstippen. Kennis en vaardigheden worden getoetst in praktische oefeningen en toepassingen; de evaluatie gebeurt aan de hand van observaties en/of toetsen.
In het gecombineerd onderwijs is er minstens een afsluitende evaluatie tijdens een contactmoment.
De beoordelingscriteria worden afgeleid uit de doelstellingen en leerinhouden van de leerplannen.
1.1 De organisatie van de evaluatie
In het modulair georganiseerd onderwijs organiseert het CVO ten minste voor elke module (eenheid) een evaluatie onder de vorm van een permanente en/of afsluitende evaluatie.
In het modulair georganiseerd secundair volwassenenonderwijs en hoger beroepsonderwijs is geen tweede evaluatieperiode voorzien. De directeur kan hierin een afwijking toestaan.
De data van de herkansingen in een tweede evaluatieperiode worden door de directeur vastgelegd en ten laatste op 22 augustus aan de betrokken cursisten meegedeeld.
1.2 Evaluatietijdstip
Het CVO kan de vorderingen van de cursisten permanent opvolgen en registreren. Per opleiding en per module (eenheid) bepaalt de directeur bij de aanvang van het opleidingsonderdeel de data en de plaats van de gebeurlijke afsluitende evaluatieperiodes.
De data van eventuele tussentijdse toetsen of -proeven worden door de leerkracht in samenspraak met de cursisten bepaald.
1.3 Evaluatievoorwaarden
Om aan de evaluatie te mogen deelnemen moet een cursist:
- voldoen aan de toelatingsvoorwaarden;
- het inschrijvingsgeld betaald hebben of hiervan vrijgesteld zijn;
- voldoen aan de door het studieprogramma opgelegde verplichtingen zoals de vereiste stages, practica, seminaries, eindwerken, enz.;
De directeur kan het recht ontzeggen om deel te nemen aan de evaluaties op grond van langdurige of veelvuldige afwezigheden. De vorderingen van afwezige cursisten kunnen immers niet worden beoordeeld. Een cursist wordt als regelmatig beschouwd indien hij of zij minstens 70 % van de lesdagen gedurende de gehele lesperiode aanwezig of met reden afwezig was. De directie kan eventueel in het voordeel van de cursist van deze laatste eis afwijken.
1.4 Afwezigheid tijdens de afsluitende evaluatie
Een cursist dient aan alle onderdelen van afsluitende evaluaties van een module of een leerjaar deel te nemen ongeacht de reeds eerder behaalde resultaten.
Een cursist die bij één of meer onderdelen van een afsluitende evaluatie afwezig is of er niet verder aan deelneemt , deelt dit binnen de 48 uur mee aan het secretariaat van het centrum voor volwassenenonderwijs.
De directeur kan op grond van een geldige reden ( staving door medisch attest of ander bewijsstuk op het secretariaat te bezorgen) aan een cursist toestaan om een evaluatie op een af te spreken tijdstip in te halen.
Een cursist die niet deelneemt aan een onderdeel van de afsluitende evaluatie en dit niet binnen de 48 uur meldt en verantwoordt, is ongeldig afwezig. Deze cursist wordt dan automatisch als niet-geslaagd beschouwd voor alle andere onderdelen van eenzelfde module of leerjaar binnen dezelfde afsluitende evaluatieperiode.
Indien een cursist afwezig was tijdens bepaalde deeltoetsen die in het kader van permanente evaluatie georganiseerd werden, kan de leerkracht in overleg met de directie een passende vervangtoets organiseren.
1.5 In te halen evaluaties, overdrachten en overzettingen
Indien een cursist een geldige reden aanvoert, kan de directeur vóór de deliberatie in overleg met de eventuele ombudsman en de betrokken lesgever(s) op een af te spreken tijdstip binnen dezelfde evaluatieperiode een inhaalevaluatie toestaan. Een geldige afwezigheid houdt niet automatisch het recht op een inhaalevaluatie in.
Indien een cursist meent recht te hebben op een inhaalevaluatie, dient hij of zij dat ten laatste 3 kalenderdagen na de voorziene evaluatiedatum aan te vragen bij de directie.
In uitzonderlijke omstandigheden kan de cursist op gemotiveerde wijze een tweede toelating vragen voor een inhaalevaluatie.
2 Vrijstellingen
2.1 Algemeen
De directeur van het centrum kan op onderstaande gronden vrijstelling van opleidingsonderdelen (vakken of modules / eenheden) verlenen. Hij kan geen vrijstelling verlenen voor delen van modules of eenheden. Deze vrijstellingen impliceren zowel de lessen als de bijbehorende evaluatieactiviteiten en kunnen leiden tot studieduurverkorting. De directeur kan bepaalde opleidingsonderdelen uitsluiten van de mogelijkheid tot vrijstelling.
2.2 Grond voor vrijstelling
2.2.1 Op grond van een reeds gevolgde opleiding erkend door het Departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap
De cursist volgde reeds opleiding (waarvan een studiebewijs) die naar niveau, inhoud en omvang in voldoende mate overeenstemt met het opleidingsonderdeel waarvoor vrijstelling wordt aangevraagd.
2.2.2 Op grond van aantoonbare kennis verworven in een andere opleidings- of vormingsinstelling
De directeur beoordeelt in welke mate de vooropleiding van de cursist overeenstemt met het vrij te stellen opleidingsonderdeel.
2.2.3 Op grond van beroepservaring al dan niet elders aangetoond in een assessment
De directeur beoordeelt in welke mate de beroepservaring of verworven vaardigheden van de cursist overeenstemmen met het vrij te stellen opleidingsonderdeel.
2.2.4 Op grond van een vrijstellingsproef
In alle andere gevallen beoordeelt de directeur een eventuele vrijstelling op basis van een vrijstellingsproef. Hierbij wordt nagegaan in hoeverre de cursist over de vereiste kennis en vaardigheden beschikt om in de module, het vak of het leerjaar te starten.
Deze proef bepaalt in welke mate de aanwezige kennis en vaardigheden het verlenen van een vrijstelling rechtvaardigen.
2.3 Aanvraagprocedure
De cursist dient uiterlijk 14 dagen na de startdatum van de cursus de vrijstelling schriftelijk aan te vragen.
Op eenvoudig verzoek via het secretariaat worden aan de cursisten de documenten ter beschikking gesteld voor de aanvraag.
De cursist motiveert zijn vrijstellingsverzoek op basis van hoger vermelde gronden en door voorlegging van de volgende stavingsdocumenten. Voor documenten opgesteld in een andere taal dan de Belgische landstalen dient een vertaling door een beëdigd vertaler te worden toegevoegd.
2.3.1 Studiebewijzen
- een kopie van het studiebewijs (diploma, getuigschrift of certificaat uit het onderwijs) die als basis van de vrijstelling geldt;
- een overzicht van de afgelegde evaluaties en bijbehorende evaluatieresultaten of cijferlijsten;
- een beknopte inhoud van de opleidingsonderdelen die als basis voor de vrijstelling gelden;
- een document 8 (wekelijkse lessentabel) of het modulaire structuurschema van de gevolgde opleiding op grond waarvan de vrijstelling wordt aangevraagd.
2.3.2 Kennis
- een attest van de gevolgde opleiding op grond waarvan de vrijstelling wordt aangevraagd;
- een opgave van de opleidingsinhoud en de opleidingsduur.
2.3.3 Beroepservaring
- een attest van de werkgever
2.3.4 Vrijstellingsproef
De directeur van het centrum richt een vrijstellingsproef in uiterlijk de vijfde dag vóór het einde van de inschrijvingstermijn. De directeur oordeelt op basis hiervan autonoom of de vereiste kennis en vaardigheden voor het starten in een module, vak of leerjaar bereikt zijn.
2.4 Antwoordprocedure
Wanneer de directeur vrijstelling verleent, motiveert hij dat in een beoordelingsverslag, dat samen met de eventuele vrijstellingsproef of andere verantwoordingsstukken aan het cursistendossier wordt toegevoegd. De directeur van het centrum deelt na ontvangst van de stavingsdocumenten en voor het einde van de inschrijvingstermijn schriftelijk zijn beslissing mee.
3 De evaluatiecommissie
3.1 De samenstelling
De directeur van het Centrum voor volwassenenonderwijs richt per klasgroep een evaluatiecommissie op.
Iedere evaluatiecommissie bestaat uit volgende stemgerechtigde leden:
- de directeur neemt het voorzitterschap waar of - bij diens ontstentenis - een door hem /haar aangewezen lid van de evaluatiecommissie;
- de leden van het onderwijzend personeel, belast met de onderwijs- en andere studieactiviteiten van de cursist.
Iedere evaluatiecommissie kan bestaan uit de volgende niet-stemgerechtigde leden:
- de secretaris van de evaluatiecommissie;
- de ombudsman(M/V).
- externe commissieleden
De directeur bepaalt bij welke evaluaties het aangewezen is om externe commissieleden op te nemen in de evaluatiecommissie.
De directeur regelt de werking van het secretariaat en wijst de secretaris aan.
3.2 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De evaluatiecommissie beoordeelt het geheel van de evaluatieresultaten van de cursist.
Ingeval van fraude gepleegd door de cursist, beslist de evaluatiecommissie over de mogelijke consequenties.
De evaluatiecommissie is bevoegd voor het toestaan van overdrachten en overzettingen van evaluatiecijfers.
De evaluatiecommissie ziet bij de uitreiking van studiebewijzen toe op het regelmatig gebruik van eventuele vrijstellingen, de regelmatigheid van de uitgereikte deelcertificaten van modulaire opleidingen en overtuigt er zich van dat het geheel van de verworven studiebewijzen voldoet voor de studiebekrachtiging.
3.3 Wijze van beraadslaging
De stemgerechtigde leden van de evaluatiecommissie hebben de plicht de beraadslaging bij te wonen.
Enkel in geval van overmacht kan hiervan afgeweken worden. Om geldig te beraadslagen moet tenminste de helft van de stemgerechtigde leden van de evaluatiecommissie aanwezig zijn.
Een lid van de evaluatiecommissie kan niet deelnemen aan de beraadslaging van de evaluatiecommissie voor de evaluaties van een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad.
De evaluatiecommissie neemt haar beslissingen bij unanimiteit van de stemgerechtigde leden.
Wanneer er geen unanimiteit is, legt de voorzitter de stemming op. De leden van de evaluatiecommissie stemmen bij handopsteken. Als tenminste twee stemgerechtigde leden of de eventuele ombudsman zich hiertegen verzetten, gebeurt de stemming schriftelijk en geheim. Dit verzet dient telkens opnieuw geformuleerd te worden.
Bij geheime stemmingen zijn blanco stemmen gelijkgesteld met onthouding.
Elk stemgerechtigd lid van de evaluatiecommissie heeft per cursist slechts één stem ongeacht het aantal opleidingsonderdelen waarover het in het betreffende leerjaar heeft geëvalueerd.
Wanneer in een opleidingsonderdeel meerdere lesgevers fungeren, wordt vóór de beraadslaging een stemgerechtigde van dat opleidingsonderdeel aangeduid.
Indien een cursist overdracht of overzetting van een evaluatiecijfer geniet dan heeft de vaktitularis geen stemrecht voor de betrokken cursist.
De voorzitter van de evaluatiecommissie formuleert het voorstel waarover de leden zullen stemmen. Geldig stemmen gebeurt door zich, volgens de afgesproken procedure, ondubbelzinnig voor of tegen het voorstel van de voorzitter uit te spreken of door zich te onthouden. Het voorstel van de voorzitter is aanvaard als het meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen behaalt.
Een onthouding wordt beschouwd als een niet uitgebrachte stem.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
De beraadslaging van de evaluatiecommissie is geheim. De leden van de evaluatiecommissie zijn dus tot geheimhouding over de beraadslaging en de stemming verplicht.
Het proces-verbaal van de beraadslagingen van de evaluatiecommissie vermeldt de samenstelling van de evaluatiecommissie en de aanwezigen bij de beraadslagingen. Het bevat bovendien per cursist het globale evaluatieresultaat, de genomen beslissingen over het slagen, de verleende vermelding, het niet slagen, overdracht of overzetting van evaluatiecijfers en motivatie van de afwijzing. Tenminste de voorzitter en de secretaris van de evaluatiecommissie ondertekenen het proces-verbaal.
3.4 Beslissing van de evaluatiecommissie
De beslissing van de evaluatiecommissie gaat over de leerplandoelstellingen en leerinhouden van de volledige module of van het leerjaar waarvoor de cursist ingeschreven is.
3.4.1 Secundair volwassenenonderwijs
De evaluatiecommissie verklaart een cursist geslaagd of niet-geslaagd. Een cursist die voor de schriftelijke, mondelinge en praktische evaluaties 50% per vak / module (eenheid) behaalt, is geslaagd.
De evaluatiecommissie stelt een cursist die niet deelnam aan alle hem / haar opgelegde evaluaties en hiervoor geen gewettigde reden had, gelijk met een niet-geslaagde cursist.
3.4.2 Hoger beroepsonderwijs
De evaluatiecommissie verklaart een cursist geslaagd of niet-geslaagd. De evaluatiecommissie beslist over de toekenning van de punten.
Een cursist wordt afgewezen bij een onvoldoende voor stages, practica of onderwijsactiviteiten die gedurende de organisatieperiode permanent geëvalueerd werden en waarvoor een nieuwe beoordeling onmogelijk is. Een cursist wordt ook afgewezen indien fraude tijdens een evaluatie bewezen wordt geacht.
Een cursist die ongeldig afwezig was tijdens de evaluatieperiode voor één of meerdere evaluaties / evaluatieonderdelen wordt als niet-geslaagd beschouwd.
3.5 Bekendmaking van de evaluatieresultaten
De beslissing van de evaluatiecommissie wordt ten laatste 14 dagen na de beraadslaging meegedeeld in termen van:
- geslaagd
- niet-geslaagd: uitgesteld
- niet-geslaagd: afgewezen
Individuele, gedetailleerde evaluatieresultaten worden vanaf dat ogenblik ter beschikking gesteld. Op aanvraag en onder begeleiding van de betreffende docent is inzage in de eigen examenkopijen mogelijk.
4 De ombudsman (M/V)
De directeur kan ieder schooljaar onder de personeelsleden, verbonden aan het Centrum voor Volwassenenonderwijs, één of meerdere personen aanduiden voor de ombudstaak. De namen worden op het einde van de inschrijvingsperiode bekendgemaakt, evenals waar en wanneer de met een ombudstaak belaste personen bereikbaar zijn.
Zij voeren hun opdracht uit voor de cursisten waarvoor zij aangewezen zijn. Een ombudsman kan in geen geval een stemgerechtigd lid zijn van de evaluatiecommissie.
De ombudsman treedt als bemiddelaar op tussen de cursist en de evaluatiecommissie.
De ombudsman onderzoekt alle klachten in verband met de evaluatieregeling, het verloop van de evaluaties en de deliberatie.
Om zijn taak zo goed mogelijk te vervullen heeft hij het recht zowel vóór als tijdens de deliberatie, aan de leden van de evaluatiecommissie inlichtingen te vragen over de evaluaties.
Via de ombudsman kan de cursist inzage krijgen in de verbeterde eigen kopijen en de processen verbaal van de deliberatie.
Hij is tot geheimhouding verplicht.
De ombudsman bezorgt op het einde van het schooljaar / de organisatieperiode een verslag over zijn activiteiten aan de directeur.
5 Fraude
Wie betrapt wordt op bedrog tijdens een evaluatie wordt door de directie gehoord, in aanwezigheid van de evaluerende docent en eventuele toezichthouders. Indien de fraude door de directie bewezen wordt geacht, krijgt de cursist voor de desbetreffende evaluatie een nul toegewezen.
Indien de evaluatiecommissie beslist om de cursist af te wijzen wordt de cursist administratief met een niet-geslaagde cursist gelijkgesteld.
Indien de evaluatiecommissie besluit om de cursist niet af te wijzen, kan zij voor zover dit in de betrokken afdeling mogelijk is (zie hoger), beslissen om de cursist de evaluatie in dezelfde of tweede evaluatieperiode te laten herdoen.
Bij bewezen geachte fraude tijdens een herexamen of het overdoen van een evaluatie in dezelfde evaluatieperiode wordt de betrokken cursist automatisch als afgewezen beschouwd.
6 Beroepsprocedure(s)
6.1 Procedure bij weigering van vrijstelling(en)
Bij een weigering van de directeur over een gevraagde vrijstelling (in SOSP én HOSP) of over een vrijstellingsproef kan de aanvrager binnen de 2 werkdagen, volgend op de bekendmaking van de genomen beslissing schriftelijk beroep instellen per adres van de inrichtende macht.
Niet tijdig ingediende bezwaarschriften worden onontvankelijk verklaard.
De interne beroepscommissie bestaat uit minstens drie leden van de inrichtende macht; de directeur kan er ambtshalve geen lid van uitmaken.
De interne beroepscommissie behandelt het beroep binnen de 2 werkdagen na ontvangst van de aanvraag. Ze onderzoekt de klacht grondig en hoort de aanvrager. Ter zitting wordt ervan een proces-verbaal opgemaakt, dat onverwijld wordt overgemaakt aan de directeur van het CVO. Uiterlijk 2 werkdagen na ontvangst van het proces-verbaal van de interne beroepscommissie neemt de directeur een definitieve en duidelijk gemotiveerde beslissing en deelt deze schriftelijk mee aan de aanvrager.
6.2 Procedure voor conflicten vóór de beraadslaging
Als een cursist tijdens of onmiddellijk na de evaluatie meent dat er onregelmatigheden zijn gebeurd tijdens de evaluatie dan kan de cursist tot één werkdag na de evaluatie klacht indienen bij de directeur. Deze stelt een onderzoek in en beslist autonoom of de evaluatie moet worden overgedaan. Bij betwisting kan de cursist een beroep doen op de bemiddeling van de ombudsman. Deze procedure moet binnen de drie werkdagen na de indiening van de klacht afgehandeld zijn.
6.3 Procedure bij vermoede materiële vergissingen na het afsluiten van de beraadslaging.
De beslissing die een evaluatiecommissie neemt, is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de cursist.
Bij eventuele betwistingen van een beslissing van de evaluatiecommissie moet de betrokken cursist uiterlijk binnen de 2 werkdagen volgende op de bekendmaking een persoonlijk onderhoud aanvragen bij de directeur van het centrum. Deze aanvraag kan zowel schriftelijk als mondeling - zelfs telefonisch - worden gedaan.
Dit onderhoud kan er toe leiden dat:
- de cursist ervan wordt overtuigd dat de genomen beslissing gegrond is. Er is geen betwisting meer.
- de directeur oordeelt dat de door de cursist aangebrachte elementen geen nieuwe bijeenkomst van de evaluatiecommissie rechtvaardigen. De cursist is het hier niet mee eens en de betwisting blijft bestaan.
- de directeur oordeelt dat de door de cursist aangebrachte redenen voor betwisting het overwegen waard zijn. De evaluatiecommissie wordt dan opnieuw samengeroepen en de beslissing wordt nogmaals overwogen. Het resultaat van deze bijeenkomst wordt schriftelijk per aangetekende zending aan de cursist meegedeeld.
Als de betwisting blijft bestaan kan betrokkene schriftelijk beroep instellen bij de inrichtende macht binnen 5 werkdagen na bekendmaking van de beslissing met een aangetekend schrijven.
Niet tijdig ingediende bezwaarschriften worden onontvankelijk verklaard.
Een beroepscommissie samengesteld uit minstens drie leden van de inrichtende macht onderzoekt de klacht grondig. De directeur kan ambtshalve geen lid zijn van deze beroepscommissie. De betrokken cursist wordt gehoord door de beroepscommissie waarvan ter zitting een proces-verbaal wordt opgemaakt. Dit proces-verbaal wordt overgemaakt aan de directeur van het centrum, die het op zijn beurt voorlegt aan de samengeroepen betrokken evaluatiecommissie.
De definitieve, duidelijk gemotiveerde beslissing wordt door de directeur vóór de aanvang van de organisatieperiode van de volgende sequentiële module of van het volgend schooljaar, aangetekend aan de betrokken cursist overgemaakt.
Alle correspondentie bestemd voor de beroepscommissie wordt gericht aan De Inrichtende Macht van CVO DTL Herentals, Kerkstraat 38, 2200 Herentals


